Handdoek

Mijn handdoek was gejat. Mijn handdoek met daarin gevouwen de fles showergel. Voor het eerst na mijn vakantie en een stevige griep had ik besloten weer eens gebruik te maken van mijn peperdure zwemabonnement en dus besprong ik na ruim drie weken tijd in een enthousiast zweefmoment het warme chloorrijke water van het plaatselijke zwembad. Ik had uitgerekend dat het net kon. Om kwart voor drie had ik een presentatie in Dokkum en als ik exact dertig minuten zou zwemmen, kwam alles goed. Maar niet alles kwam goed. Niemand was die dag bijvoorbeeld van plan van zijn baan te wijken om anderen ruimte te geven, er waren relatief veel vrouwen die naast elkaar in het midden van het bad bij voorkeur niet zwommen en mijn grote vriend de zeerob was er weer: een bebaard zwaargewicht dat zich gewoontegetrouw als een murene over de bodem bewoog, als zodanig de indruk op zich vestigend dat hij anderen van onderen bekeek, zich dientengevolge niet erg geliefd maakte en die er zijn integrale leven voor waakte te gaan zonnen aan het strand bij Scheveningen vanwege de angst dat Greenpeace hem dan zou terugduwen in zee. Binnen het kader van het Recht van de Eigenwijze was ik al eens hardhandig met hem in aanvaring gekomen, en daarmee was het ontluisterende half uurtje zwemmen geëindigd.

Ik verliet het bad om me te douchen maar, u las het al, mijn handdoek was weg. De op dat moment zo ontbeerde lap katoen lag kort tevoren nog temidden van die van anderen op een daartoe bestemde tafel. Nu niet meer. Geen handdoek, geen showergel. Te arren moede, inwendig vloekend besloot ik mij niet meer te douchen want dan zou ik weer nat zijn; ik was tenslotte al een klein beetje opgedroogd. Ik droogde mij zo goed en zo kwaad het ging met de broek, het vest en het T-shirt verder af. Alles een beetje, geen van mijn kleren mocht te nat worden. Ik kon niet naar huis, daarvoor was er geen tijd want om kwart voor drie wachtte in Dokkum een club projectleiders die hoge verwachtingen had van mijn powerpointpresentatie. In het toilet waste ik mijn haar met handzeep om de ergste chloorluchten te maskeren en ik vertrok.

Ik was op tijd, de presentatie verliep prima, niemand merkte of zei iets van dat vreemde geurtje en eenmaal thuis verkondde ik vanachter de zuurkool mijn avontuur aan de eettafel. Tegelijkertijd werd ik in de borst- en schaamstreek echter een hardnekkige jeuk gewaar en herinnerde ik me dat ik me in alle commotie na het zwemmen niet had afgespoeld. Nadat vervolgens de echtgenote bovendien begon te klagen over een onvriendelijke chloorlucht om mij heen, begon het. Er was niets aan te doen. Mijn gedachten dwongen zich spijkerhard zes uren terug; naar het moment dat ik omgeven door de menselijke soort in het zwembad lag. Afschuwwekkende beelden van stokoude Tena-vrouwen die op het moment dat ik hen passeer vergeten dat ze de boel niet afgesloten hebben, bewratte oude mannetjes met prostaatproblemen van wie de wratten niet waterbestendig zijn en uitelkaar spatten, beschilferde en beroosde hoofden zonder badmuts en beschimmelde voeten, vanzelfsprekend zonder schoen.Verdwaasd keek ik voor me uit. Godallemachtig; geen wonder dat Johannes jeukt. ‘Ik ga even douchen’ zei ik tegen echtgenote. ‘Dat is vanmiddag even misgegaan.’ Ze knikte en ik stormde naar boven. Schoon water; heel veel heet goddelijk schoon water, een pot zandzeep en een schuurspons redden mij die dag van een wisse vergiftiging.

www.rubenkorfmaker.nl

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Raft

Bezet

Peuk