Berichten

Peuk

‘Best gek hè?’ Dat kinderen op de basisschool het woord peukje leren schrijven. Vond KWF Kankerbestrijding. Ik niet. Sterker nog, ik begrijp er helemaal niets van. Waarom zouden we geen woorden mogen leren schrijven met een negatieve betekenis? Op school leren we ook het woord holocaust. Gelukkig maar, want daarom kunnen we in boekjes schrijven dat we er alles aan moeten doen om dat soort dingen in de toekomst te voorkomen. En KWF, hoe zit het dan met woorden als as, vuur, rook en vloei? Mogen de kinderen die wel leren schrijven? Allemaal woorden die met roken te maken hebben. Oh ja, natuurlijk. Die woorden kunnen nog in een andere context worden gebruikt. Dan mag het weer wél. Het maakt de campagne van KWF wel wat selectief. Stel je voor zeg, dat we alleen woorden leerden die iets moois en leuks uitdrukken. Dan zouden er geen geschiedenisboeken bestaan en werd het ons onmogelijk om van onze fouten te leren. Neem het woord bijbel. Niet echt een sprookjesboek waarin iedereen nog lang e…

Wij

Op 26 maart was het weer zover. Het elftal had verloren en mij werd voor de zoveelste keer de rol van bondscoach opgedrongen. Onder meer RTL bracht het nieuws. Beelden van mannen en vrouwen die kond deden van een echec, een drama. Wij hadden verloren van Hongarije of Bulgarije of zo. Wij. Dat is dus inclusief Mij. En Wij waren allemaal bondscoach want, zo wist de verslaggever, Nederland had er 17 miljoen van. En die wisten allemaal hoe het beter moest. Ook ik moest mij aangesproken voelen, maar ik wist niet eens dat Wij speelden. Werkelijk geen idee. Ik heb de schurft aan voetbal, want zeg nou eerlijk, je schaamt je toch dood als je tijdens een kampioenschap de televisie aanzet, en Wij doen mee? Als hunebedbouwer, leeuw of viking verklede hulpbehoevenden die op straat met zijn zevenentwintigen doen alsof ze in een bobslee zitten. Door alcohol gemankeerde oranje gekken die oeh oeh roepen bij het zien van een zwarte doelman. Corrupte besturen die geen voetbaltoernooi organiseren in land…

Nieuws

Omdat ik al een paar jaar niet meer in Bolsward woon, ben ik voor de nieuwsvoorziening die ik nodig heb voor deze column, voor een groot deel afhankelijk van internet en de website van deze krant. En daar kom ik steevast tot de conclusie dat Bolsward een rustig, ietwat ingeslapen, elfstedenstadje is, waar, behalve op tweede pinksterdag en tijdens Heamiel, weinig te beleven valt. Natuurlijk, er is een piskruis op de Bargefenne geplaatst, ik weet het, maar ander groot nieuws heb ik de laatste tijd niet gelezen. En toch is er nieuws; dat kan niet anders in een stad met tien-, elfduizend inwoners. Elk met een eigen verhaal. Dat van Henk bijvoorbeeld, en zijn nieuwe gitaarschool. Het verhaal van mijn ouders, bij wie elke beweging die ze maken pijn doet. Mijn moeder van 85, mijn vader van bijna 88, die nu nog moeten ondergaan dat anderen met enige regelmaat rotzooi in hun tuin kieperen. Het verhaal van Gerrit met zijn mooie vintage hifi platenspelers. Succesverhalen en verhalen over zieke g…

Herkenning

Echtgenote heeft een nieuwe telefoon, en als je cheese roept, neemt hij een foto. Het gekke is, dat hij dat ook doet als je whisky roept. Nu kan ik cheese nog linken aan het nemen van een foto, maar whisky niet. Als ik whisky roep, dan is het meestal vrijdagmiddag, vijf uur en heb ik zin in een goed glas malt. Maar mijn telefoon doet, in tegenstelling tot die van echtgenote, niks. Het is daarom goed dat mijn vrouw geen whiskyproeverijen frequenteert en ik mijn eigen whisky koop, want anders zou de capaciteit van de geheugenkaart van haar telefoon volledig opgaan aan foto’s van de binnenkant van de broekzak. Toch kan mijn generatie, die van de vijftigers, dergelijke gadgets erg waarderen. We hebben het jaren zonder gedaan, maar we begrijpen het nog wel. Ben je jonger, dan is alles normaal, en ben je ouder dan begrijp je er niets van. Een tijdje geleden zat ik met een paar collega’s in een Chinees restaurant de meest recente technische ontwikkelingen te analyseren. Eén van hen toonde on…

Scheet

Flatulisme. Een woord dat lijkt op flatteus maar er niets mee te maken heeft. Integendeel. Flatteus betekent vleiend, en een direct verband met flatulisme is vooralsnog volstrekt weerlegbaar. Flatuleren is namelijk het laten van scheten. Ruft, wind, flatus. Wat u wilt. Een activiteit derhalve die de mannelijke helft van het gezinnetje waarin ik als zoon fungeerde, tot kunst had verheven en die, in de letterlijke zin, onverkort is overgewaaid naar zijn eigen huidige bedoeninkje. Vanzelfsprekend tot grote ergernis van echtgenote en, ik moet het hem nageven, van zoon. Niets schrikt mij af om op gezette tijden de uitstoot van CO2 aanmerkelijk te verhogen en de haalbaarheid van de Europese normen daartoe als zodanig in gevaar te brengen. Mijn gezin is de dupe; ik weet het. Maar ik kan nu eenmaal niet blijven lopen met een pens vol gas. Gelukkig is het mijn enige zwakke punt. Voor de rest ben ik onberispelijk. Daarom kan ik mij ook zo buitengewoon druk maken om het gedrag van anderen. En ee…

Condoom

Vroeger, op verjaardagsfeestjes, of waarschijnlijk een dag ervoor, bliezen we balonnen op. Dat deden we omdat we dat leuk vonden, en dat was het natuurlijk ook. Witte, zuurstofloze koppies hadden we; de longen snakten naar adem. Tweehonderd balonnen oraal leven inblazen met lucht, spuug en restanten koekjes die je daarnet bij de thee van moeder had gekregen. En dat laatste maakte het stukprikken van de balonnen aanzienlijk leuker dan het opblazen. Moeder stofzuigde wel weer. Op een gegeven niet-aanwijsbaar moment in het jonge leven, was het balonnen blazen uit. We waren er te oud voor geworden, er moest wat anders, spannenders, worden gezocht, en dus maakte ik jaren later kennis met het fenomeen van het condooms opblazen. Ik geloof niet dat ik het ooit heb geprobeerd, maar het leek me een enorme klus. Die dingen waren zo taai als rubber, aan de buitenkant zo glad als snot, en als je pech had aan de binnenkant ook. En juist dan ook, scheen het heel leuk zijn om de boel stuk te prikken.…

Spoken

Afhankelijkheid is één van de grootste nadelen van het ouder worden, althans dat vinden mijn ouders. Ik kan me er wel wat bij voorstellen. Niets meer zelf kunnen doen, altijd iemand moeten vragen, zelfs voor de kleinste dingetjes. Verzwarende bijkomstigheid is dat mij vader, die met zijn eenentachtig jaar nog steeds fier de pollepel hanteert, geen genoegen neemt met, bijvoorbeeld, nootmuskaat, kerrie of djinten van de Jumbo. Dat moet van de Toko komen want als het niet van de Toko komt, dan is het niet te vreten. Dat geldt ook voor de kroepoek (die hij droog koopt en zelf bakt), de oregano, de sambal etc. Dus moet er iemand naar de Toko en, u raadt het al, die is er niet in hun woonplaats. Bij kennissen, vrienden en familie wordt daarom subtiel navraag gedaan of er binnenkort een stad wordt bezocht waar een Toko is gevestigd; dan maakt pa alvast even een lijstje. En zo gebeurt het dat buurvrouw, vriend of zangpartner van ma zich voor pa naar een heerlijk geurend Indonesisch Kruidenwin…