Whisky

Charles Bukowski. Misschien kent u hem. Of kende, want hij is dood. Op 9 maart 1994 stierf hij op drieenzeventigjarige leeftijd. Zijn relatief hoge leeftijd had hij niet te danken aan het eten van komkommers, radijsjes en appels en het drinken van thee. Charles Bukowski liep, de lezers van zijn boeken weten het, op whisky. Of wellicht bourbon, want de man woonde in Los Angeles. Daarnaast wipte hij zich suf en over dat leven schreef hij zijn boeken. Prachtig om te lezen, maar ook gedegen gereedschap voor de geheelonthouder. Onlangs hoorde ik het een tegen een monumentaal pand pissende dronkaard op zaterdagavond nog kernachtig verwoorden: drank maakt meer kapot dan het stuk maakt. Dit weekend bezocht ik met wat buren en vrienden de whisky Xperience. Een evenement dat, gezien het hier voorgaande al snel de naam van een zuip- en kotsfestijn zou kunnen krijgen. Een naam die het niet verdiende, zo bleek al gauw. Zo sprak ik er bijvoorbeeld met een man die zijn vrouw als BOB had aangemerkt. Zij dronk niet, maar had wel een ticket betaald om samen met hem de stands, volgeladen met vloeibaar goud te bekijken. Iedereen proefde (behalve de vrouw), niemand zoop. Ja, water. Om de boel te verdunnen. Het kon echter niet verhoeden dat na een uur bij een aantal bezoekers toch de signalen van beginnende aangeschotenheid konden worden opgetekend. En dat was het moment dat de hapjes kwamen. Filet Americain op toast, een lekker pizza’tje of een vijg, ingenieus gewikkeld in een reepje spek. Een man van twee keer mijn volume wees, terwijl hij met zijn ene hand de stoffelijke resten van een pizza zijn kraag inschoof, met zijn andere naar de vijg en vroeg wat het was. Het meisje, een leerlinge van de hotelschool waar wij gast waren, en van een schoonheid die in de jaren dat ik jong was nog niet eens bestond, vertelde wat de man wilde weten. De hand die wees pakte meteen weer een pizza. Deze man at geen fruit. Na anderhalf uur proeven, werd ons beoordelingsvermogen uitgezet. De diversiteit was teveel. De hoeveelheden niet; we werkten met bodempjes en elke slok whisky werd weggespoeld met een glas water en een droog stuk brood. Daarom evolueerde onze licht aangeschoten fase niet in dronkenschap. Het laatste uur was de whisky natuurlijk nog wel lekker, maar we proefden niet meer het verschil tussen dertig en tachtig euro. En in die context leek deze mooie avond te eindigen. Zonder de banaliteiten van het binnensteedse kroegleven. Rond half elf, tegen sluitingstijd, stonden wij bij een tafel, al evaluerend te wachten op onze BOB. In ons gezelschap vonden wij een ons onbekende heer die kennelijk iets te vaak langs een leverancier was gelopen die hij bereid had gevonden om wat grotere hoeveelheden in het glas te schenken. Hij genoot van zijn drank en hij had wat snacks om zich heen verzameld. De boel ging in een serieus tempo naar binnen. Hij nam zijn laatste hap pizza en dronk zijn bodem whisky, veegde zijn mond schoon en zei: “En nu nog even neuken.” Deze man schoot onze illusie dat het mogelijk zou moeten zijn te genieten van drank zonder grof te worden en zonder publiekelijk te verwijzen naar de primaire lusten, in een tel aan flarden. Gelukkig hadden ook wij van de whisky geproefd en moesten wij er heel hard om lachen.
Drank maakt meer kapot dan het stuk maakt.

www.deeltijdschrijver.nl

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Raft

Bezet

Peuk