Gek

Ik behoor niet tot de groep Nederlanders die s ochtends met uitbundige vreugde de lakens van zich werpt, in de badkamer de spiegel bestudeert en tot de conclusie komt dat daar iemand staat waar hij trots op is, zich vier keer fier op de borst slaat, een keer Tjakka roept en staat te popelen om de aanstaande dag vol uitdagingen en heerlijkheden tegemoet te treden. Als ik mij uit bed laat vallen, het bed rond, de badkamer bereik en mij ertoe gedwongen heb de man in de badkamerspiegel recht in de ogen te kijken, moet ik altijd denken aan de Rijdende Rechter. Ik zal het ermee moeten doen. Andere oneliners als het is niet anders, vandaag valt het mee en na een uurtje wordt het beter frequenteren de geest en werken op het gemoed. Als een vonnis van de rechter, word ik elke ochtend geconfronteerd met een voldongen feit. Het leven van een gourmand, een lekkerbek, trekt nu eenmaal zijn sporen. Niet alleen in het gelaat, maar zeker ook een half metertje eronder. Als ik na wat koud water de terugweg naar de slaapkamer aanvaard, zie ik het niet meer, en ben ik alles alweer snel vergeten. Goed geluimd en zingend maak ik het ontbijt klaar en begin, met enig oponthoud, alsnog aan een mooie dag. Het leven is tekort om je bezig te houden met uiterlijkheden.
Een half jaar geleden besloot ik in een poging de gezondheid in stand te houden, mijn oude sport te gaan herpakken. Ik ging weer zwemmen.Vanuit esthetisch oogpunt was ik tot die tijd altijd voorzichtig geweest om mijn habitat bloot te stellen aan alles wat er zich onder mijn T-shirt bevond. Het embonpoint is tenslotte minder confronterend als het is afgedekt en een reden om het bovenlijf publiek te ontbloten ontbrak. Maar nu, met een langlopend zwemabonnement, moest ik wel. Juist het zwemmen met shirt aan, valt op. De reacties vielen echter mee. In het halve jaar dat ik nu zwem is er één man geweest die me vertelde dat er wel wat af kon. Een halve gare met dito hoofd waarvan ik het niet in mijn kop zou halen er wat van te zeggen omdat je dat nu eenmaal niet doet, die iets zei waarvan hij kennelijk aannam dat ik dat nog niet wist. Honderd jaren lang ben je te dik, je hele leven tel je punten, vanaf de conceptie let je op wat je eet. En dan staat daar in één keer zo’n klootzak die zegt dat er wel wat af kan. Lul! Maar gisteren zag ik een meisje, ze was een jaar of drie en zat op de aankleedtafel. Ze werd door een zwarte man aangekleed, wellicht haar vader, en zij zag mij ook. Ik kwam, balancerend over de gladde vloer, de hoek om en ze keek me aan. 'Nou' zei ze. Ze wachtte even, en toen: '... dát is een gekke meneer ...' Diep in mijn hart kon ik haar geen ongelijk geven. Een beetje gek ben ik wel. Maar voor haar representeerde ik een wereld waar ze in haar prille leventje nog nooit was geweest. Ik was de totale onbekendheid. Ik voldeed aan geen enkele referentie die ze tot nu toe had opgebouwd. Ik liep daar, niet op mijn voordeligst, terug naar mijn kleedhokje en moest ontzettend lachen. Wat was dát een gekke meneer. Vanochtend beantwoordde ik voor het eerst in jaren opgewekt mijn eigen blik. Gaat het goed met je? Jij kijkt wat verrot uit je ogen en er is wéér niets af. Het kan mij niets meer schelen. Want ik ben gek. En dat voelt prima. Herman Brusselmans schreef het op papier, en mijn website voert de levenswijze nog immer: Iedereen is uniek, behalve ik.
En zo hoort het.

Terug naar www.deeltijdschrijver.nl

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Raft

Bezet

Peuk